Artrose knie

Knieklachten zijn, na nek- en rugklachten, de meest voorkomende klachten van het bewegingsapparaat. Het grootste gedeelte van deze klachten wordt veroorzaakt door knieartrose, een aandoening waarbij de kwaliteit van het gewrichtskraakbeen afneemt en dunner wordt. Bij een gezond gewricht is het gewrichtskraakbeen dik en zorgt het ervoor dat de botuiteinden soepel ten opzichte van elkaar kunnen bewegen. Kraakbeen heeft ook een schokdempende werking. Door artrose raakt het kraakbeen beschadigd. Het wordt ruw aan het oppervlak en er kunnen scheurtjes in ontstaan. Op den duur kan het zelfs helemaal verdwijnen. Het onderliggende bot wordt dan meer belast. Door achteruitgang van de kwaliteit van het gewrichtskraakbeen wordt het gewricht minder belastbaar. Hierdoor protesteert het gewricht bij geringe belasting met pijnklachten, stijfheid en zwelling van de knie.

Naarmate we ouder worden, krijgen we allemaal te maken met artrose. Pas als de mate van artrose erger is dan past bij de leeftijd, kan het nodig zijn in te grijpen. Bij ernstige slijtage van het kraakbeen kan het uiteindelijk nodig zijn om het kniegewricht te vervangen door een knieprothese.

Hoewel fysiotherapeuten de beschadigingen van het kraakbeen niet ongedaan kunnen maken, blijkt uit onderzoek dat oefentherapie kan helpen bij het verminderen van pijn en het verbeteren van de beweeglijkheid van de knie.

Verder speelt fysiotherapie een grote rol in de revalidatie na het krijgen van een nieuwe knie.

Meniscusklachten

Een knie heeft twee menisci: een binnen- en buitenmeniscus. Dit zijn halvemaanvormige stootkussentjes tussen de botten van het dijbeen en scheenbeen. Deze menisci vangen de schokken binnen het kniegewricht op en verspreiden de gewrichtsvloeistof.

Een gedeelte van de meniscus is goed doorbloed, wat maakt dat beschadigingen in dit gedeelte soms nog wel kunnen genezen. Vaak ontstaan deze scheurtjes als gevolg van een draailetsel tijdens sporten of zelfs dagelijks bewegingen. Klachten die hierbij ontstaan zijn pijn in de knie, zwelling, pijn bij hurken en slotklachten (het gevoel dat er iets klem zit in de knie, waardoor deze niet meer volledig gestrekt kan worden).

Belangrijk voor het stellen van de diagnose bij meniscusklachten is het verhaal van de patiënt en de uitkomsten van het lichamelijke onderzoek. Wanneer nodig zou er nog aanvullend onderzoek kunnen worden gedaan, zoals een MRI. 

Uit onderzoek is gebleken dat fysiotherapie bij meniscusletsel effectief is. De behandelingen zijn gericht op het verbeteren van beweeglijkheid en coördinatie van de knie en het versterken van de beenspieren.

 

Young physiotherapist doing a neck treatment to the patient in a physiotherapy room.
Young physiotherapist doing a neck treatment to the patient in a physiotherapy room.

Kruisbandletsel

Een knie bevat twee kruisbanden: een voorste en achterste kruisband. De voorste is vaker betrokken bij letsel dan de achterste. De band kan (in)scheuren tijdens verdraaien of overstrekken van de knie en ontstaat in veel gevallen tijdens het sporten. 

Of een gescheurde kruisband geopereerd moet worden is afhankelijk van de speling op de knie en de activiteiten die de patiënt nog wil kunnen uitvoeren (werk, sport). Het kan zijn dat fysiotherapie en/of een brace voldoende is voor wat betreft stabilisatie van het kniegewricht. 

Is een operatie noodzakelijk, dan zal fysiotherapie een grote rol spelen in het herstel, al te beginnen in de eerste week na de operatie. De fysiotherapeut geeft u begeleiding in het verbeteren van de beweeglijkheid en het trainen van kracht, stabiliteit en coördinatie.

De achterste kruisband is veel minder vaak aangedaan. In veel gevallen van achterste kruisbandletsel is een verkeersongeval de oorzaak. Ook voor het opereren van een achterste kruisband geldt, net als bij de voorste, dat het alleen noodzakelijk is als de knie een instabiel gevoel geeft. Revalidatie (met of zonder operatie) zal ook hier onder begeleiding van een fysiotherapeut plaatsvinden. 

Letsel van de kniebanden

Naast kruisbanden heeft de knie ook een binnen- en een buitenband. De kniebanden (mediaal en lateraal collateraal ligament) kunnen tijdens een trauma van de knie opgerekt worden of zelf inscheuren, wat ook weer instabiliteit tot gevolg kan hebben. We verdelen letsel van de binnenband in 3 gradaties. Graad 1: pijn, zonder instabiliteit. Graad 2: matige instabiliteit. Graad 3: ernstig letsel en forse instabiliteit. 

Letsel van deze kniebanden wordt minder vaak operatief hersteld. Vaak wordt gekozen voor een brace, in combinatie met fysiotherapie, wat voldoende kan zijn om de stabiliteit weer te laten herstellen. 

Young physiotherapist doing a neck treatment to the patient in a physiotherapy room.

Pijnklachten rond de knieschijf

Pijnklachten van de knieschijf (patella) worden ook wel patellofemorale klachten genoemd. Deze klachten komen vaak voor rond de pubertijd en worden dan waarschijnlijk veroorzaakt doordat de knieschijf niet netjes in de groeve van het bovenbeen loopt of omdat er irritatie is van structuren rondom de knieschijf. Bij sommige patiënten wordt er geen duidelijke oorzaak voor de klachten gevonden. Factoren die de kans op deze klachten vergroten zijn bijvoorbeeld overgewicht, overmatig naar binnen zakken in voet/enkel en zware activiteiten als bijvoorbeeld hardlopen en veel springen. Daarnaast hebben mensen die de knieën kunnen overstrekken en last hebben van artrose een vergrootte kans op patellofemorale klachten.

Hoewel deze klachten geen directe schade aan het kniegewricht opleveren, kan de pijn erg vervelend zijn. Fysiotherapie kan helpen om deze pijnklachten te verminderen door bepaalde spiergroepen in het been te versterken. Ook het rekken van de beenspieren en verbeteren van coördinatie/balans blijkt effectief te zijn.